Een jaar langer in een niveaugroep(Doubleren):

De criteria hiervoor zijn in principe voor alle groepen gelijk maar er zijn accentverschillen voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw. In individuele gevallen kan van de criteria worden afgeweken bv. na langdurige ziekte. In de bovenbouw zal minder snel gedoubleerd worden, maar zullen we eerder aan een individuele leerlijn denken. Er wordt dan een OPP (ontwikkelingsperspectief) geschreven door de Intern begeleider en leerkracht. Een bovenbouwleerling kan echter wel doubleren, als dit voldoende voordelen op zou leveren. Het te verwachten advies t.a.v. het voortgezet onderwijs kan daarbij doorslaggevend zijn.
Onderstaande criteria moeten in samenhang bezien worden. 

* Een leerling heeft t.a.v. kennisvakken meer dan een half jaar achterstand, zowel bij de Cito toetsen van het LVS als bij de methode gebonden toetsen; 

* Er is extra begeleiding binnen of buiten de groep geweest; 

* Na de evaluatie van de handelingsplannen is geen duidelijke verbetering aantoonbaar; 

* Voor groep 1-2 verstaan we onder kennisvakken rekenen en taal; 

* Voor groep 3 verstaan we onder kennisvakken aanvankelijk Lezen, doubleren is mogelijk als dit criterium voor aanvankelijk Lezen geldt; 

* Voor de groepen 4 t/m 8 verstaan we onder kennisvakken (Begrijpend en Technisch) Lezen; Taal (Spelling) en Rekenen. Doubleren is mogelijk indien dit criterium voor      minstens twee kennisgebieden geldt; 

* De sociale emotionele ontwikkeling speelt een belangrijke rol. Observaties van de leerkracht, gesprekken met ouders, observatielijsten van het OVM, ZIEN!  en het CITO-LOVS  worden als uitgangspunt gebruikt .(ontwikkeling t.o.v. de groep, aansluiting bij de groep, werkhouding en te verwachten reactie op doubleren spelen een rol); 

* De samenstelling van een groep, de groepsgrootte en de groepsorganisatie kunnen in de beslissing worden meegenomen.

 Procedure bij doublures-kleutertijdverlenging:

a. De leerling wordt aangemeld bij de intern begeleider.

b. In de groepsbespreking van november - maart wordt deze leerling expliciet in de leerlingbespreking besproken.

c. De leerkracht en de intern begeleider spreken zo spoedig mogelijk de zorgen naar de ouders uit. Zij bespreken de voor- en nadelen van eventueel doubleren met ouders en vragen daarbij ook naar informatie en de mening van de ouders, zonder nog conclusies te trekken of verwachtingen te wekken. Zij vertellen de ouders welke acties er verder ondernomen worden.

d. In maart wordt de leerling in kaart gebracht met de nodige toetsgegevens. Het formulier doubleren-versnellen wordt ingevuld. De resultaten worden besproken met de intern begeleider. Er wordt dan een voorstel geformuleerd met bijbehorende argumenten. Het voorstel wordt in maart in de bouwvergadering gemeld.

e. Uiterlijk eind april wordt dit voorstel met de ouders besproken.

f. De verslagen van de gesprekken komen in het leerlingdossier van de leerling in Parnassys.

g. Er worden voor deze leerling in het huidige schooljaar en voor de aanvang van het nieuwe schooljaar afspraken vastgelegd wat betreft leerstof voor in de klas. De leerkracht van de oude en de nieuwe groep maken deze afspraken in overleg met de intern begeleider.

Versnellen: 

Bij het versnellen zijn de volgende elementen van belang: 

* Begaafdheid: Uit het protocol DHH komen voldoende kenmerken volgens de norm van het DHH van begaafdheid naar voren en is bij het doortoetsen van de leerling sprake van een didactische voorsprong van min. 10 maanden op meerdere leerstofgebieden; 

* Sociaal-emotionele ontwikkeling: er is geen sprake van een problematische ontwikkeling (ontwikkeling t.o.v. de groep, aansluiting bij de groep, werkhouding en te verwachten reactie op versnellen spelen een rol).

* Samenstelling, groepsgrootte en de groepsorganisatie kunnen in de beslissing worden meegenomen.

Procedure bij versnellen:

a. De leerling wordt aangemeld bij de intern begeleider. De procedure DHH wordt opgestart (als dit nog niet gedaan is).

b. In de groepsbespreking van februari- maart wordt deze leerling expliciet met de IB’er besproken. In deze periode wordt de leerling in de bouwvergaderingen besproken.

c. De leerkracht en de intern begeleider spreken zo spoedig mogelijk de zorgen naar de ouders uit. Zij bespreken de voor- en nadelen van eventueel versnellen met ouders en vragen daarbij ook naar informatie en de mening van de ouders, zonder nog conclusies te trekken of verwachtingen te wekken. Zij vertellen de ouders welke acties er verder ondernomen worden.

d. Een externe, bijv. orthopedagoog wordt gevraagd om advies.  e. In maart wordt de leerling in kaart gebracht met de nodige toetsgegevens. De resultaten worden besproken met de intern begeleider. Er wordt dan een voorstel geformuleerd met bijbehorende argumenten. Het voorstel wordt in april in de teamvergadering gemeld.

f. Uiterlijk eind april wordt dit voorstel met de ouders besproken.

g. De verslagen van de gesprekken komen in het leerlingdossier van de leerling in Parnassys.

h. Er worden voor deze leerling in het huidige schooljaar en voor de aanvang van het nieuwe schooljaar afspraken vastgelegd wat betreft leerstof voor in de klas. De leerkracht van de oude en de nieuwe groep maken deze afspraken in overleg met de intern begeleider.